- INTERVIEW
Interview met NRC
Interview met Frank Elderson, lid van de directie van de ECB en vice-voorzitter van de toezichtsraad van de ECB, door Eva Smal op 15 April 2026
22 April 2026
Er zijn steeds mensen die zeggen: de ECB gaat niet over klimaat. Wat antwoord jij dan?
Nee, we zijn geen beleidsmaker. We maken geen klimaat- en natuurbeleid. Dat doen anderen, gekozen regeringen. Die hebben het klimaatverdrag van Parijs getekend. Die hebben tot een Green Deal besloten. Dat doen wij als centrale bank allemaal niet. Maar wij moeten er wel rekening mee houden. Wij gaan over prijsstabiliteit, financiële stabiliteit en gezonde weerbare banken. Wij kunnen die doelstellingen alleen behalen, als we rekening houden met de klimaat- en natuurcrises.
We kunnen niet negeren dat door klimaatverandering de Rijn in 2022 acht weken niet bevaarbaar was, wat leidde tot een voedselprijsinflatie die 0,7 procentpunt hoger was. Als we ons daar geen rekenschap van geven, zouden we ons werk niet doen. Want dan zouden we een belangrijke factor die de inflatie bepaalt, willens en wetens negeren. Daar kan geen sprake van zijn, zeker niet nu droogtes en overstromingen steeds vaker en steeds heftiger zullen plaatsvinden.
Ik betoogde [in een recent opiniestuk in de Financial Times] dat de Europese afhankelijkheid van fossiele energie risico’s oplevert voor prijsstabiliteit. Wij gaan niet over die afhankelijkheid zelf, maar het is wél onze taak om de implicaties ervan voor prijsstabiliteit te begrijpen en duidelijk te maken hoe beleidskeuzes van gekozen politici van invloed zijn op de mate waarin wij ons doel kunnen bereiken.
Banken moeten alle risico’s die voor hen relevant zijn, in kaart brengen en op een goede wijze beheersen. Dus ook de risico’s die voortkomen uit de klimaat- en natuurcrises. Dus als banken hypotheekleningen verstrekken aan eigenaren van huizen die in gebieden staan die vaak overstromen, dan moeten ze dat meenemen in hun kredietmanagement. Als banken leningen verstrekken aan elektriciteitscentrales die zich koelen met rivierwater – en die rivier staat een aantal maanden te laag – dan moeten ze dat natuurlijk ook meenemen. Zo zijn er honderden voorbeelden.
Wat we niet kunnen doen, is zeggen: alles wat te maken heeft met klimaat en natuur is politiek, daar sluiten wij onze oren en ogen voor. Dán zou men ons zeer terecht kunnen verwijten, dat we onze taken niet goed uitoefenen.
Er zijn ook mensen die zeggen: de ECB kan juist meer doen tegen klimaatverandering. Een duale rente kan een optie zijn, waarbij banken voor een minder vervuilend project tegen een lagere rente kan lenen bij de ECB dan een ‘vies’ project.
Ik begin weer even juridisch. Onze primaire doelstelling is prijsstabiliteit.
Maar we hebben [volgens het EU-verdrag] ook een secundaire doelstelling: zonder afbreuk te doen aan het eerste doel, en dit is een cruciale randvoorwaarde, moeten we ook het algemene economische beleid van de EU ondersteunen. En klimaat en natuur zijn daar zonder enige twijfel onderdeel van. Dus wij zijn juridisch verplicht daarmee iets te doen.
Ik vat het altijd samen als ‘twee vliegen in één klap’. Als je prijsstabiliteit op twee manieren kan bereiken, maar één van die manieren draagt bij aan – in dit geval dan – de natuur- en klimaatdoelstellingen van de Europese Unie, dan moet je die kiezen.
We doen al heel veel. We nemen klimaat mee in onze economische modellen. Dat deden we eerst niet. En als een bank bij ons geld leent, dan moet die onderpand verstrekken. Hoeveel waarde wij dat onderpand toekennen, daarin wordt meer of minder in lijn zijn met Parijs ook meegewogen.
Als onderdeel van een evaluatie van ons monetair raamwerk kijken we of soortgelijke instrumenten structureler kunnen worden ingezet zodat ze twee vliegen in één klap slaan.
Dus duale rentes?
Ik wil niet vooruitlopen op die discussies.
Hoe doen banken het eigenlijk, qua klimaat? Banken zelf verspreiden mooie klimaatverslagen, maar ngo’s als Milieudefensie zijn zeer kritisch. ING is zelfs voor de rechter gedaagd.
Ik kan het niet over individuele banken hebben. Een hele korte samenvatting: er is serieuze voortgang geboekt in de afgelopen vijf, zes jaar.
En waarin hebben ze dan voortgang geboekt?
In het beheersen, in kaart brengen, van hun klimaat- en natuurgerelateerde risico’s. In 2019 was nog maar 25 procent van de banken überhaupt begonnen met hier serieus naar te kijken. Nadat wij als ECB duidelijk hadden gemaakt dat banken dat wel moesten doen, zagen we dat eind 2024 op twee banken na alle 112 banken die onder ons directe toezicht staan, in ieder geval wel voldoende in kaart hadden gebracht welke risico’s ze lopen. Al die andere banken hebben dus binnen de deadline wel hun huiswerk gedaan. Ik heb ze daarvoor ook een compliment gegeven – het gebeurt niet vaak dat een toezichthouder dat doet.
Wat is dan nog niet voldoende?
Je ziet dat banken nog niet alle risico’s in kaart hebben. Sommige banken hebben in een aantal landen waar ze actief zijn hun risicomanagement op orde, maar in andere landen niet. Sommige banken hebben gekeken naar de gevolgen van klimaatverandering, maar niet naar die van afnemende biodiversiteit. Wat er nu moet gebeuren, is het been bijtrekken.
Als een bank alle risico’s in kaart heeft, maar alsnog meer in olie investeert, kunnen jullie dan bijsturen?
Wij gaan niet over aan wie een bank leningen geeft of niet. Zolang de wet toestaat dat er kolen worden gedolven, en als een bank deze activiteiten nog wenst te financieren, dan kan dat. Maar dan willen wij wel zien hoe ze de risico’s daaromheen beheersen, ook reputatie- en juridische risico’s.
Laten we wel wezen: die energietransitie gaat er komen. Nogmaals: niet omdat wij dat als ECB zeggen, maar omdat de politiek dat heeft besloten. Er worden de komende jaren honderden miljarden geïnvesteerd. Banken zullen daar een cruciale rol in spelen. Als er geen banken zouden zijn, zouden we ze nu moeten oprichten. Huishoudens, bedrijven, die moeten worden gefinancierd. Banken moeten hun rol kunnen blijven spelen in goede én slechte tijden. Daarom is het zo belangrijk dat ze de lessen uit de kredietcrisis blijven trekken: wees goed gekapitaliseerd, zorg dat je liquide bent, heb je risicomanagement op orde, je governance, dus de kwaliteit van je bestuur.
Zijn die lessen getrokken? Menig Nederlander lijkt de indruk nog te hebben dat banken nog net zo risicovol zijn als tijdens de kredietcrisis van 2008.
Die crisis heeft grote sporen nagelaten. Ook bij mij: ik zat toen aan tafel als jurist van DNB. Maar het is wel van belang om uit te leggen dat er sindsdien heel veel dingen, serieuze dingen, ten goede zijn veranderd. Banken zijn een stuk sterker dan toen, ook de Nederlandse.
Dat was hard werk, dat ging niet vanzelf. Wetgevers en toezichthouders, en de banken zelf, hebben daarvoor gezorgd. Er is Europees toezicht gekomen – tijdens de kredietcrisis was het toezicht nationaal, ook op internationale banken. Dat is rechtgetrokken. Er is een Europees resolutieraamwerk gekomen. Dat komt erop neer dat als een bank failliet gaat, niet meer de belastingbetaler primair daarvoor moet opdraaien. Maar eerst de aandeelhouders en de kredietverschaffers, zoals het hoort.
Maar dat mensen de echo van de crisis nog horen, is wel goed. Want de lessen moeten we niet vergeten. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. En het ging toen als een galopperende groep paarden de deur uit. Dat vertrouwen is stap voor stap teruggewonnen, dus het laatste wat we nu moeten doen is ons overgeven aan een dereguleringsrage.
Wereldwijd staan de internationaal afgesproken strengere kapitaalseisen (Basel IV) op de helling. Europese banken klagen dat het speelveld hiermee nog ongelijker wordt. Zit daar niet een kern van waarheid in?
Voor internationaal opererende banken, en dat is maar een deel, is het inderdaad belangrijk dat er geen scheef voetbalveld ligt. Daar hebben we de internationale Basel-akkoorden voor afgesloten. Wij vinden nog steeds dat die zo snel en zo compleet mogelijk moeten worden ingevoerd.
Als anderen ervan af willen wijken, is het wel logisch om eens goed te kijken of wij ook iets moeten aanpassen. Maar het moet nooit een race naar de bodem worden – dan verdrinken we allemaal. Het is een groot goed, dat we de banken weer gezond hebben gekregen. Daar aan tornen, vooral onder de huidige, onzekere omstandigheden, is in mijn ogen zeer onverstandig.
Wat we wel moeten doen, is als EU het huiswerk dat nog niet klaar is, afmaken. De bankenunie, de kapitaalmarktunie, de interne markt. Iedere dag dat we die niet vervolmaken, schieten we onszelf in de voet. Zorg er nu voor dat zakendoen tussen Finland en Portugal geen verschil kent met zakendoen tussen Zeeland en Friesland. Zorg ervoor dat er één Europees depositogarantiestelsel komt. Zorg ervoor dat kapitaal dat nu vaak wordt geïnvesteerd buiten Europa, makkelijker in Europa kan worden geïnvesteerd. Om de groene transitie, defensie, en digitalisering te financieren.
Er zijn veel problemen in de wereld momenteel die we als Europa alleen niet kunnen oplossen, waar we afhankelijk zijn van allerlei lieden waar we misschien niet afhankelijk van zouden willen zijn. Maar de interne markt, de bankenunie, de kapitaalmarktunie: dát kunnen we zelf doen.
Op de markten, maar ook bij toezichthouders, zijn er zorgen over private credit: niet-banken die leningen verstrekken, ook wel schaduwbanken genoemd. Heb jij die ook?
Let wel: de term schaduwbanken doet geen recht aan de brede waaier van instellingen. Er zitten verzekeraars bij, pensioenfondsen, hedgefunds. En op zich is het prima dat er meerdere bronnen van financiering zijn in de economie. Dat kan de weerbaarheid van het financiële systeem en daarmee ook de economie helpen – de Europese economie is nu echt nog te afhankelijk van bankleningen.
De andere kant van het verhaal is dat we bij banken nu het toezicht op niveau hebben. Dat is voor die niet-bancaire financiële instellingen veelal nog niet gebeurd.
Probleem is ook dat niet-bancaire instellingen minder transparant zijn. We weten: het is een markt die snel groeit. Al is het, zeker in Europa, relatief nog klein als je kijkt naar het hele financiële systeem. Er is één les als toezichthouder: als iets snel groeit, dan moet je als toezichthouder heel goed opletten. Dus we proberen nu, internationaal, de informatiegaten te dichten.
Zijn jullie dan nu niet erg laat met het opvragen van informatie?
Dat komt doordat het eerst niet zo groot was en nu snel gegroeid is. Wij moeten ons als toezichthouder met de schaarse middelen die we hebben, concentreren op de belangrijkste risico’s. Maar: het staat nu wel nadrukkelijk op de internationale agenda, al een paar jaar.
En stel, die fondsen komen meer onder het toezicht. Is dat dan niet gevaar dat er weer een nieuwe vorm wordt gevonden waarop geen toezicht kan worden gehouden?
Ja, je punt is terecht. Het uitgangspunt moet zijn: dezelfde risico’s, dezelfde soort activiteiten, die zouden op een zelfde manier moeten worden gereguleerd. Dat is steeds de route ook. Maar je hebt gelijk, er zal altijd weer een slimme meid of jongen zijn, ergens op een ‘Zuidas’ in de wereld, die bedenkt: zo kan je ook weer om de regels heen. En daar zullen regelgevers en toezichthouders dan op reageren. Al gaat daar altijd wel tijd overheen: daar moeten regeringen over de hele wereld wetgeving op aanpassen. Dus voor nu is van belang: publiciteit opzoeken; publiek en wetgevers op de risico’s attent maken. Voor banken is dat de afgelopen 15 jaar heel goed gelukt.
Denk je nooit, ik ben er nu even klaar mee, het belang van klimaat, van sterke banken, uitleggen? Wil je nooit met deuren smijten?
Ik heb een ongelimiteerde hoeveelheid energie om dit steeds weer uit te leggen. Alles wat ik geleerd heb in mijn carrière – in de advocatuur, al die jaren bij DNB – kan ik nu kwijt op deze unieke, centrale plek. Ik heb een rol waarin veel deuren voor je open gaan. Dan ga ik niet met de deuren slaan.
Europese Centrale Bank
Directoraat-generaal Communicatie
- Sonnemannstrasse 20
- 60314 Frankfurt am Main, Duitsland
- +49 69 1344 7455
- media@ecb.europa.eu
Reproductie is alleen toegestaan met bronvermelding.
Contactpersonen voor de media